Belgisch antidopingbeleid

maandag, 23 november, 2015

Samen met enkele andere landen heeft België van het Wereldantidopingagentschap WADA een negatief rapport ontvangen. Ons land heeft tot maart 2016 om zijn zaken op orde te krijgen. Ondertussen staat ons landje op een “watchlist”. Andere landen, waaronder Rusland, staan mee op de lijst. Reden: door onze staatsstructuur zijn de Duitstalige Gemeenschap alsook de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (Brussel) nog niet WADA conform. Gelukkig kunnen we onze dopingbestrijding niet vergelijken met Russische toestanden, maar het is tekenend voor een klein prachtig landje als de onze, dat we erin slagen om op deze lijst te staan, dit louter omwille van onze staatsstructuur.

Ten gevolge van de overheveling van alle culturele beleidsaspecten naar de (cultuur) gemeenschappen (Duitstalige, Franstalige en Vlaamse), werd het beleidsdomein “sport” een regionale bevoegdheid. Doping bleef evenwel tot 1980 onder het federale ministerie van Volksgezondheid ressorteren. Sinds 1989 is Brussel, via de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zelf bevoegd voor persoonsgebonden materie waaronder sport, gezondheid en persoonlijke bijstand.
Op de website van het WADA kan men alle nationale antidoping agentschappen van elk land terugvinden. Ieder land wordt dus één keer vermeld. Het is hallucinant om te mogen vaststellen dat naast andere landen, België er welgeteld 4 keer in vertegenwoordigd wordt (!) (zie ook foto onderaan de tekst):

* Belgium (Brussels): Joint Communities Commission
* Belgium (Flanders): NADO Flanders
* Belgium (French Community): French Community of Belgium NADO
* Belgium (German Community): Ministerium der Deutschsprachigen Gemeinschaft Belgiens

Op de website treft men ook een lijst aan van samenwerkingsverbanden die regio’s worden genoemd: “Regional Anti-Doping Organizations” (RADO). Men zou misschien kunnen denken dat hier subnationale regio’s vertegenwoordigd worden en dat België geen unicum is. Niets is echter minder waar. Het betreft landen die internationale regio’s vormen en dus beslist hebben om samen te werken. In de rest van de wereld heeft men ingezien dat het efficiënter en beter is dat landen samenwerken, zonder elk land te moeten opsplitsen. Regionale organisaties zijn bij het WADA landen die regio’s vormen en samenwerken, zonder zichzelf eerst administratief en of bestuurlijk op te splitsen.

Is het antidopingbeleid dan misschien taalafhankelijk?

Philippe Muyters, minister van sport van De Vlaamse Gemeenschap: “Dopingbestrijding kan immers maar efficiënt zijn als ze internationaal wordt toegepast. Doel van ons beleid is de cleane sporter te beschermen en te zorgen voor gezonde sportbeoefening, zowel in topsport als in alle andere vormen van sportbeleving. Door de creativiteit van de zondaars moeten we strenger en slimmer zijn, maar wel zonder onze menselijkheid los te laten.”

Bij de Franstalige Gemeenschap (Fédération Wallonie-Bruxelles) ziet de missie er als volgt uit: “En collaboration avec les autres Communautés du pays, nous veillons à prévenir et à détecter l’utilisation de substances ou méthodes interdites dans la pratique du sport sur son territoire. La lutte contre le dopage vise à défendre un sport propre, intègre et fair play, il constitue un danger pour la santé des sportifs. Si certains effets ne sont visibles qu’à court terme, les conséquences sur l’organisme peuvent quant à elles rester présentes à vie. Le dopage nuit à l’image et à l’intégrité du sport.“

Op de website van de Duitstalige Gemeenschap kunnen we het volgende lezen:
“Nur mit einem gesunden sportlichen Ehrgeiz kann man auf Dauer Höchstleistungen erzielen. Aber, wenn nur noch ein Sieg zählt, wird schnell die Vernunft ausgeschaltet und stattdessen treten gefährliche Eigenschaften wie Maßlosigkeit und Rücksichtslosigkeit ein. Der Missbrauch von Medikamenten liegt in diesem Stadium leider oft Nahe und so steigt auch die Gefahr, seinem eigenen Körper große Schäden zuzufügen. Aus diesem Grund ist es besonders wichtig, gegen das Doping zu kämpfen.”

Doel nochtans voor elke sportbeoefenaar, en dus elke Belgische sportbeoefenaar, zou volgens het WADA hetzelfde moeten zijn: “...De fundamentele rechten van atleten beschermen opdat zij kunnen mee participeren in een dopingvrije sport en het promoten van gezondheid, eerlijkheid en gelijkheid voor alle atleten wereldwijd...”(World Anti-Doping Code 2015, p.11).
Is de uitoefening van een taal bepalend voor de te hanteren waarden en normen binnen de sport? Is het bekomen van een propere sport taalafhankelijk? Is doping minder gevaarlijk bezuidens de taalgrens? Moeten we dan niet op alle plaatsen van ons grondgebied strenger en slimmer zijn? Of zijn de zondaars minder creatief door het gebruik maken van een bepaalde taal? Is de gezondheid dan toch niet voor ELKE Belg belangrijk?

Vóór de oprichting van het WADA in 1999 en de realisatie van de eerste WADA-Code in 2003, was er sprake van een heus amalgaan van dopingdefinities en lijsten van verboden producten. Elke sportfederatie, sportorganisatie, internationale vereniging en ook sommige landen hanteerden een andere definitie en verboden lijst om de strijd tegen doping aan te gaan. Die verschillen werden in grote mate weggewerkt door de oprichting van het WADA, die de harmonisering van het dopingbeleid voor ogen had.

Maar zoals het dikwijls in ons landje gaat, worden de zaken opgesplitst om nadien commissies, samenwerkingsakkoorden, protocollen en Overlegcomités op te richten. Zaken die inefficiënt zijn en vooral veel geld kosten. Indien men de moeite neemt om dergelijke initiatieven te nemen, kan men evengoed energie en enige goede wil aan de dag leggen om de zaken niet op splitsen en naar elkaar te luisteren. Het volgende voorbeeld spreekt boekdelen: “Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende dopingpreventie en bestrijding in de sport”, (BS 5 juli 2012). De lijst van de excellenties die het ondertekend hebben is ook behoorlijk indrukwekkend (!):

Voor de Vlaamse Gemeenschap : De Minister-President van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS, De Vlaamse Minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport,
Ph. MUYTERS, Voor de Franse Gemeenschap : De Minister-President van de Regering van de Franse Gemeenschap, R. DEMOTTE, De Vice-minister-President en Minister van Begroting, Financiën en Sport, A. ANTOINE , Voor de Duitstalige Gemeenschap, De Minister-President van de Duitstalige Gemeenschap en Minister van Lokale Besturen, K.-H. LAMBERTZ, De Minister van Cultuur, Media en Toerisme, Mevr. I. WEYKMANS, De Minister van Gezin, Volksgezondheid en Sociale zaken, H. MOLLERS, Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Het Lid van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, J.-L. VANRAES, Het Lid van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid,B. CEREXHE.

We blijven het ons afvragen: Is de uitoefening van een taal bepalend voor de te hanteren waarden en normen binnen de sport? Is het bekomen van een propere sport taalafhankelijk? Is doping minder gevaarlijk bezuidens de taalgrens? Moeten we dan niet op alle plaatsen van ons grondgebied strenger en slimmer zijn? Of zijn de zondaars minder creatief door het gebruik maken van een bepaalde taal? Is de gezondheid dan toch niet voor ELKE Belg belangrijk?

Belgische Alliantie – Alliance Belge – Belgischer Allianz